Historie van de gemeentes Besoyen en Baardwijk
Dominee Hanecop (1611-1613)
Dominee Sneten (1613-1620)
Dominee Portenius (1621-1626)
Dominee Eckius (1626-1670)
Het jaar 1629 was een gewichtig jaar. In mei van dat jaar belegerde prins Frederik-Hendrik van Oranje ‘s-Hertogenbosch. Commandant Grobbendonk verdedigde de stad hardnekkig, maar na vier maanden moest hij zich overgeven. Het gebied stond vanaf toen onder het gezag van de Staten-Generaal van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waardoor ook hier de weg voor de gereformeerde leer vrij was. De Raad van Staten stuurde daarom een schrijven aan een aantal predikanten in de regio, met de vraag te gaan prediken in verscheidene Rooms-katholieken kerken. Zo kreeg dominee Eckius opdracht om voor te gaan in de parochiekerk van Waalwijk (de huidige Hervormde kerk aan de Haven) op 20 november 1629. Dat bleek echter geen gemakkelijke opdracht: toen de dominee arriveerde, was de kerk afgesloten, hoewel de Raad van Staten de opdracht had gegeven dat de koster en de pastoor moesten zorgen voor een open en verwarmde kerk. De katholieke koster weigerde echter de sleutel af te geven aan de protestanten. Dominee Eckius heeft toen maar de vrijmoedigheid genomen om met een ladder naar binnen te klimmen door een venster dat dichtgebonden was, en daarna de slotschuif te openen en de kerkklok te luiden. Dat stuitte op hevig verzet van de pastoor, maar de Besoyense predikant beriep zich op de opdracht in de brief van de hoogmogende Staten van Holland. Zo heeft hij een dienst geleid waar ongeveer tweehonderd toehoorders waren toegestroomd. Daarvan kwamen ongeveer tachtig personen uit Waalwijk. Zoals we eerder zagen, trouwde Eckius in 1628 met Sara Hese. Uit dit huwelijk werden vier kinderen geboren, waarvan er twee al op zeer jonge leeftijd stierven. We weten dat dochter Margrita Eckius op 35-jarige leeftijd trouwde met Bastiaan Hendriksz. de Rooij. De afstammelingen van dit echtpaar wonen al eeuwenlang in Besoyen. Mogelijk heeft niemand uit dit geslacht ooit vermoed dat ze afstammen van het geslacht van dominee Eckius. Opvallend is dat de meeste nazaten van Margrita en Bastiaan landbouwer waren en dat de meest karakteristieke voornamen steeds Bastiaan en Hendrik bleven. In de tijd van dominee Eckius was Peter Knaeps schoolmeester van Besoyen. Hij had echter een flink aantal nevenfuncties, namelijk koster, grafmaker, doodbidder en klokkenluider. In 1651, toen baron Johan van Wittenhorst was overleden, kreeg de schoolmeester opdracht om vier weken lang, elke dag één uur de kerkklok te luiden. Dit terwijl Van Wittenhorst niet eens in Besoyen werd begraven. Knaeps ontving daarvoor acht gulden. Een andere naam die we tegenkomen in de oude stukken uit de tijd van Eckius was Willem Adriaansz. Quirijns. Een groot aantal takken uit dit geslacht komen in deze streek nog voor, ook in Besoyen. Eckius was een geliefd evangeliedienaar. Hij preekte op zondag tweemaal en ’s winters ook op woensdagavond. ’s Zondags na de middagdienst gaf hij catechisatie. In zijn ambtsperiode heeft een honderdtal lidmaten geloofsbelijdenis afgelegd.
De dominee bezocht trouw zijn gemeenteleden en woonde ook de vier tot vijf classicale vergaderingen in Dordrecht altijd bij. Hij was een werkzaam, ijverig en bemind man. Toen Eckius zeventig werd, is hem emeritaat verleend. Helaas overleed hij niet lang daarna, in de tweede helft van 1671. Met grote eer en onder overweldigende belangstelling is hij in de Besoyense kerk begraven. Eckius was de gemeente van Besoyen tot een zegen.
Dominee Plassius (1670-1691)
Dominee Van Woensel (1691-1697)
Dominee Heuvelkamp (1697-1733)
te spreken de verborgenheid van Christus, om welke ik ook gebonden ben.’ Hij werd bevestigd door dominee Venhorst uit Sprang. Adrianus Heuvelkamp en zijn vrouw Elizabeth van der Hoeven uit Capelle kregen negen kinderen, waarvan er maar drie in leven bleven. Op 25 december 1717 vond er een zware dijkdoorbraak van de Winterdijk plaats, met veel materiële schade ten gevolg. Wat de kerkelijke geschiedenis betreft, is er uit de periode van dominee Heuvelkamp weinig of niets bekend. Hij diende de gemeente zesendertig jaar in alle getrouwheid en kreeg eervol emeritaat in 1733. Hij overleed in 1736 en werd in de kerk van Besoyen begraven.
Dominee Hoffman (1736-1745)
Dominee Casteleyn (1746-1770)
op 47-jarige leeftijd. Een voorbeeldig evangeliedienaar en zeer accuraat predikant was de gemeente ontvallen. Op 16 november werd hij, onder grote en treffende belangstelling, in de kerk begraven. Zijn vrouw en kinderen vertrokken enkele jaren later naar Sprang.
Dominee Leemans (1771-1787)
Dominee Mörser (1789-1795)
Dominee Leemans (1795)
Dominee Slotemaker (1796-1802)
Dominee Van den Broek (1802-1818)
Dominee Van Schiffgaarden (1819-1826)
Dominee Bolderman (1827-1840)
Dominee Barbas (1841-1853)
Dominee Sigal (1853-1865)
Dominee Bergsma (1865-1872)
Dominee Bachiene (1872-1883)
Het eerste beroep werd uitgebracht op de consulent. Vervolgens de verder beroepen
kandidaten via onderstaande volgorde.
1. Dominee J. Prins uit Waalwijk
2. Dominee G. Geitenbeek uit Sleeuwijk
3. Dominee W.C. Barbas uit Dubbeldam (Mogelijk kwam hij uit het geslacht van dominee Barbas die in Besoyen predikant was van 1841 tot 1853)
4. Dominee J.F.C. Schook uit Op- en Neder-Andel
5. Kandidaat J.C. Prins uit Nijkerk
6. Kandidaat D. Cladder uit Amsterdam
7. Dominee E.M. Engelbert uit IJzendoorn
8. Dominee G.W. Locher uit Aalst
9. Kandidaat J.W.F. Gobius du Sart uit Utrecht.
(Deze kandidaat had aan de kerkenraad meegedeeld dat hij nog doorstudeerde voor promotie, maar had achteraf vernomen dat hij een beroep zou willen aan nemen en men vroeg bij de classis dispensatie aan. Dit verzoek werd afgewezen omdat de genoemde kandidaat zich niet officieel beroepbaar had gesteld)
10. Dominee H.G. Ubbink uit Rotterdam-Delfshaven.
(Deze predikant, alsook kandidaat Gobius du Sart en dominee G.W. Locker waren duidelijk predikanten uit de kring van vrienden van dominee H.F. Kohl brugge, een belangrijke Duitse theoloog. Uit de notulen blijkt dat de kerkvoogdij het daar blijkbaar niet mee eens was. Er waren twee motieven: ten eerste het traktement van de predikant en de toelagen – de kerkvoogdij sleutelde
daar eigenhandig aan. Ten tweede de geestelijke ligging van de beroepen predikant stond de kerkvoogdij niet aan. Ze waren te ‘zwaar’. De kerkenraad was van
mening dat alleen voor een basistraktement er geen predikant naar Besoyen zou komen. De kerkvoogdij was ook niet bereid reiskosten te vergoeden als een delegatie van de kerkenraad ging horen. De beide partijen komen er niet uit en de kwestie komt bij de Commissie van Geschillen in de Hervormde kerk terecht. In afwachting van de uitslag moest toch een beroep uitgebracht worden.)
11. Kandidaat P.A.C. Halffman uit Heerjansdam
12. Dominee J.A. Barbas uit Acquoy
13. Dominee J.A. Tuijnen uit Borssele.
(In dezelfde vergadering als waarin dit beroep werd uitgebracht, was er van de kerkvoogdij een protestbrief ontvangen tegen de herverkiezing van een ouderling. Het ging natuurlijk om persoonlijke geschillen. Ouderling H. was herbergier en landbouwer, een man van onbesproken gedrag, die geen sterke drank gebruikte, vermelden de notulen. Het punt was, dat hij werd aangezien voor de persoon die het beroepingswerk in een zwaardere richting stuurde. In deze zienswijze worden we bevestigd bij het lezen van de notulen van februari 1886. Daar lezen we dat kerkvoogden en notabelen zich voorbehouden de personele toelage van 200 gulden op het traktement, naarmate het uitgebrachte
beroep naar hun zin wel of niet te geven of te weigeren. De classis heeft dit protest ongegrond verklaard.
14. Dominee J. Osfewaarde uit Doeveren
15. Dominee W. van Asch uit Eethen.
(De classis wees de kerkvoogden en notabelen op de verplichting volgens artikel 73 van het kerkelijk reglement te allen tijde de vastgestelde financiële verplichtingen op zich te nemen plus de tweehonderd gulden personele toelage.)
16. Kandidaat Z.J. Reijers uit Oudewater
Dominee Reijers (1886-1889)
1. Dominee F. Hopster uit Moerdijk
2. Dominee F.M. Deeleman uit Tricht
3. Dominee J.C.G. Gobius du Sart uit Benthuizen. Deze predikant was familie van de kandidaat Gobius du Sart die men eerder wilde beroepen.
4. Kandidaat G.H. Wagenaar, toegelaten door Provinciale Kerkvergadering Friesland
5. Kandidaat P.J. Raap uit Driesum
6. Dominee W. Willems uit IJzendoorn (febr. 1891)
In mei 1891 valt een belangrijke beslissing. Na een verkiezing (moest om de tien jaar) bleek de gemeente het recht van verkiezing van ouderlingen, diakenen en predikanten aan zichzelf te houden voor tien jaar. Het gevolg hiervan was dat elk beroep dat de kerkenraad wilde uitbrengen op drie achtereenvolgende zondagen aan de gemeente voorgesteld moest worden. Als er geen bezwaren waren, kon het beroep doorgaan. De verkiezing van ouderlingen en diakenen aan het einde van elk jaar geschiedde door de lidmaten op voordracht van de kerkenraad.
7. Kandidaat J. Eringa uit Utrecht
8. Dominee W.B.H. van Linschoten uit Oud-Vossemeer.
Dit beroep moest ook nog een maand wachten, want de predikant moest eerst twee jaar in een gemeente staan om beroepbaar te zijn.
9. Kandidaat J.A. Gerth van Wijk, toegelaten in Gelderland.
10. December 1891 waren de eerste verkiezingen van ouderlingen en diakenen door de lidmaten. Er waren toen 61 stemgerechtigden aanwezig.
11. 10 februari 1892 wordt beroepen dominee J.W.F. Roth uit Ottoland. Hij neemt het beroep aan.
Dominee Roth (1892-1897)
Dominee Unger (1898-1901)
Dominee Dierkens (1902-1922)
Dominee Schlemper (1923-1934)
Dominee Hoffman (1935-1944)
a. Is de prediking een levende verkondiging en staat zij centraal naar de gemeente toe?
b. Zijn er in de kerkenraad gesprekken naar aanleiding van de prediking?
c. Draagt men gezamenlijk de noden van de gemeente, ook op diaconaal vlak?
d. Hoe gaat men om met onkerkelijken?
e. Hoe functioneren de sacramenten?
f. Welke ervaringen heeft men met huis- en ziekenbezoek?
g. Hoe staat het met de catechese?
h. Welk verenigingsleven is er en hoe gaat dit?
In augustus 1942 ontving de kerkenraad een schenkkan voor het heilig avondmaal van meneer B. de Rooij uit Utrecht. Deze kan is nog steeds in gebruik.
In januari 1943 wordt door de Duitse bezetter de luidklok uit de toren gehaald om te gebruiken voor oorlogsdoeleinden. Het opschrift op de klok luidt: Anno 1803 Henricus Petit me Fundit (Latijn voor ‘In het jaar van onze heren 1803 ben ik gemaakt door Henricus Klein’). Later blijkt dat de luidklok in de toren van de Hervormde Kerk te Sprang heeft gehangen. Na beëindiging van de oorlog kwam hij weer terug naar Besoyen. Er komt een jeugdcommissie om meer aandacht te kunnen geven aan de diverse leeftijdsgroepen. In de oorlogsjaren moesten verschillende gemeenteleden verplicht in Duitsland gaan werken, vaak in fabrieken van oorlogsmaterialen. Men probeerde ook voor deze gemeenteleden iets te betekenen. De Synode gaf daar richtlijnen voor. Begin 1944 neemt dominee Hoffman een beroep aan naar Schiedam. Door samenwerking van kerkenraad en kerkvoogdij komt er een suppletiefonds waarin de gemeente medeverantwoordelijk is voor instandhouding van de predikantsplaats en garant is voor de ligger.
Dominee L. van de Peut (1944-1950)
Dominee Verweij (1951-1955)
• De kerkvoogden kunnen op vrijwillige basis participeren in de kerkenraad. Beide colleges in Besoyen waren daar vooralsnog niet voor.
• Het kiescollege vervalt in de nieuwe kerkorde.
• De zesjaarlijkse verkiezing met betrekking tot benoemen van ambtsdragers had een toespitsing op drie mogelijkheden. De lidmaten besluiten het recht van verkiezing geheel aan de kerkenraad op te dragen of de lidmaten houden het recht geheel aan zichzelf. Of de gedeeltelijke machtiging waarbij aanbevelingen worden ingediend, waaruit de kerkenraad dubbeltallen opstelt. Deze laatste mogelijkheid werd op de gehouden gemeenteavond met grote meerderheid gekozen.
• Er kwam een mogelijkheid van familiebetrekkingen in de kerkenraad met uitsluiting van de eerste en tweede graad van bloedverwanten. Dat dominee Verweij een ijverig man was, bleek in september 1952 toen hij meedeelde de hele gemeente te hebben bezocht en geïnventariseerd. Er waren toen 844 zielen waarvan 424 lidmaten en 385 doopleden en 35 overigen. Plannen voor een nieuw te bouwen kleuterschool namen vaste vormen aan. Diverse giften werden ontvangen. Ook werden er obligaties geplaatst in de gemeente. Men hield vast aan het door de burgerlijke gemeente aangegeven beleidsplan Hollandsestraat. Uiteindelijk gaat de gemeente de nieuwe school daar bouwen. In april 1953 ontving de kerkenraad van meneer en mevrouw Hoffman-Versprille, oudinwoners van Besoyen, een Bijbel in groot formaat, bestemd voor de lessenaar in de kerk. Hij ligt nu nog op de avondmaalstafel. In hetzelfde jaar waren er plannen tot oprichting van een BLO-school (Buitengewoon Lager Onderwijs). Evenals bij de oprichting van de Christelijke HBS gaf de kerkenraad dit in handen van het moderamen van de classis. Zij traden in overleg met het bestuur van de Scholenbond, een vertegenwoordiging uit de hele regio. In 1955 kwam er een stichtingsakte. Uit het bouwfonds van de kleuterschool ontving de stichting Prot. Chr. BLO-school een kasgeldlening onder schuldbekentenis, groot 6.000 gulden. Men kon dit doen, omdat de burgerlijke gemeente de kleuterschool bouwde. In juli 1955 neemt dominee Verweij een beroep aan naar Arnemuiden. Zondag 4 september hield hij een gedachtenispredikatie in verband met zijn 25-jarig ambtsjubileum. Zondag 11 september neemt deze trouwe en ijverige pastor afscheid van de gemeente met een preek over Jesaja 53 vers 11. Dominee Trouwborst uit ‘s-Grevelduin-Capelle wordt consulent. Inmiddels was het beroepingswerk gestart met een toezegging van beroep op dominee J. van Dijk uit Sint Annaland. Nadat hij bedankte werden beroepen uitgebracht op dominee J. van Vliet uit Zetten-Andelst. Daarna dominee C.J. van den Broek uit Meteren-Est, dominee E.J. Schimmel uit Hei- en Boeicop en dominee J. Vink te Zuid-Beijerland. Laatstgenoemde neemt het beroep naar Besoyen aan.
Dominee Vink (1956-1968)
Dominee Sinke (1969-1973)
• Meer dan twee predikantsplaatsen zou niet haalbaar zijn.
• Welke bevoegdheden heeft een centrale kerkenraad?
• Is de wijkindeling geografisch of zijn keuzewijken een optie?
• Handhaving van de Hervormd-gereformeerde prediking.
• Positie van de diaconie en kerkvoogdijen.
Er komt na veel wikken en wegen een plan voor Baardwijk, namelijk een bijstand in het pastoraat. Zondag 9 september 1973 neemt dominee Sinke afscheid van de gemeente van Besoyen wegens het verkrijgen van emeritaat. Na autorisatie werd beroepen kandidaat W.Z. van de Geer uit Bilthoven en daarna dominee B. Schroten uit Langerak. Beiden bedankten.
Dominee Ouwendijk (1974-1979)
Predikantenlijst vanaf 1974
Dominee J. Ouwendijk 1974 – 1979 vertrokken naar Oudshoorn
Dominee F.G. Immink 1979 – 1984 vertrokken naar Hoogeveen
Dominee J. het Lam 1984 – 1989 vertrokken naar Dirksland
Dominee G. van Goch 1990 – 1995 vertrokken naar Ochten
Dominee J.S. Heutink 1997 – 2001 vertrokken naar Ede (Gld)
Dominee S.A. Doolaard 2002 – 2007 vetrokken naar Schoonhoven
Dominee C. Mijderwijk 2008 –
Bovenstaande predikanten komen in dit jubileumboek zelf aan het woord. Ze schreven een bijdrage over hun herinneringen aan de periode dat zij de gemeente van Besoyen mochten dienen. U vindt deze bijdragen verderop in dit boek. Graag benoemen we nog enkele belangrijke zaken uit de periode vanaf 1974.
1980-1981
2004
• De verbondenheid met het Woord van God en de gereformeerde belijdenisgeschriften.
• De verkiezing van ambtsdragers uit dubbeltallen.
Tot slot
Tijdens de beschrijving hebt u zich steeds kunnen verwonderen over de trouw en goedheid van God. Hij heeft de gemeente vastgehouden door alles heen, de hoogte- en de dieptepunten. Daarom besluiten we de geschiedenisbeschrijving met de drie kernwoorden in dit jubileumjaar:
1. De trouw van God die Zijn gemeente door alles heen tot nu toe in stand heeft gehouden, vier eeuwen lang. We beseffen dat wij vaak ontrouw zijn geweest. De gemeente is het voorbeeld van Gods trouw. God is getrouw, Zijn plannen falen niet.
2. De gemeente is steeds geweid in de grazige weiden van Zijn Woord. Dat woord van God heeft steeds centraal gestaan tot troost en bemoediging in moeilijke tijden en ook in vreugdevolle perioden. Denk daarbij aan het kerkzegel. Zo heeft God Zijn schapen willen weiden en verkwikken door Zijn genadige handen.
3. Er is alle reden om te gedenken hoe God ons deze gunst heeft bewezen. Daarom mogen we Gods daden gedenken; de wonderen die Hij deed en nog doet. Opdat we geloven Zijn heil en troostrijk Woord. Zo mag de gemeente in vertrouwen verder gaan naar Gods toekomst, ziende op Jezus Christus, het Hoofd van Zijn gemeente. God alleen de eer – Soli Deo Gloria.